Jessie: Nee, want er komen nog wel wat mensen. Christophe komt en Jimé en Elke komen. Dat zijn de mensen waar we elke week mee samen gaan eten. En die pakken dan hun kinderen mee. Dat zijn heel gemakkelijke mensen, maar ja, toch. Als er dan zo iemand komt, wil ik dan toch wel dat ze... Je kunt dat eruit schuiven en dan kunnen we dat mee pakken. Ja, als jij nog niet vastziet, als je de tafel in het midden zet, dan kan iedereen waar zijn kop op zitten. Het wiegt wel veel. Ja, het zit een beetje onder de zetel, dus je zult wel eerst naar echter moeten schuilen. En dan klopt erover dan niet tegen. Wat noem je dat? Een side-ding. Ah ja, die in het draad. Ik heb dat beter tegen straks gezien. Dan een bolle winkel draait me. Ja, dat heb je die al. Kijk eens. Oh, wijk. Oh, wijk. Ja, we gaan meteen naar de bovenzee, dus. Dat is wel straks goed als ons tas leeg is. Allee, spannend. Ik ben wel curieus. ik heb er eigenlijk helemaal niet over nagedacht. Ineens was het vandaag en ineens dacht ik, daar straks stond in de supermarkt en ik dacht, shit, dat is die podcast vandaag, dat is helemaal niet anders. En ik dacht, oh nee, maar ja. Ja, ik kan dat wel niet zo goed. Als ik niet ergens mee ga, als ik zo niet weet wat er gaat komen, ik heb nogal graag, in mijn uitvaart weet ik perfect wanneer dat iemand gaat spreken, hoe laat ik die muziek moet opzetten. Ja, en zo van die dingen, dat is niet zo... Ja, ik word daar toch wat onrustig van. Ja, de onzekerheid van shit, als je bij dit vraagt, ik ga er niet op kunnen antwoorden. En dan gaat dat helemaal weer naar de boom zijn. Ja. Ja, maar toch. Ja. We zijn gewoon heel nieuwsgierig naar jullie verhaal. Er is daar ook geen juist of hoort antwoord. Jullie gaan niet vertellen. Het is echt alleen wij die gaan vertellen. Ja, dat is ook voor jullie. Ja, oké. Begeleiden, modereren. Het gesprek is nog wat vaag. Dat is dan wat nodig is, maar... Oké. Vertel je wel. Oké. Ik heb jullie podcast al beluisterd. Dan waren het jullie vooral die vertelden. Dat heb ik wel aangenaam. De eerste aflevering. Ja, ik denk het. Van een rijal gekoppeld eigenlijk. Ja, hè? Te gast. Ja, dan waren wij te gast. Maar dan de andere... Nee, heel weinig. Ik heb er nog maar ingeluisterd als ik aan het strijken was. Oké. Heb je al het record gedrukt? Ik dubbelcheck. Ik was vrij zeker maar één. Ja. We hebben het toch tevreden. Moet je nou even naar het geluid opleisteren met koptelefoon of niet? Het is wel verantwoordelijk, maar ik denk dat. Het ziet er echt zo'n game koptelefoon uit. Ik heb het ook van mijn zomer genoemd. Nou, ja. Wel, echt. Nou. Ja. Ja. Maar dan moet eigenlijk nog wel iets zeggen. Ja, dat is waar. Dat is geen koeleur. Zet het goed, het geluid. Het geluid zit... Het zit luid genoeg. Oké. En ik ook. Ja. Ja. Goed. Allright. Ik start. Wil je eerst start? Prima? Ah, nee of geen? Nee, dat is goed in hoog start. Oké, doe maar. Meestal start ik gewoon. Je bedoelt het cacao stuk? Ja, ja, ja. Nee nee, nee sorry, ik dacht met ons gesprekken, stappen. Cacao is goed met u. Ja. En goed mee stappen. We starten onze podcast altijd met het drinken van cacao. En eerst maak het even graag stil. Dus voel maar of je goed zit. Moet even uw ogen sluiten. Stiep in en uit ademen. Dan mogen jullie een sokje van de cacao drinken en even een woord delen hoe je erbij zit op dit moment. Welkom Jessy, welkom Gert. Toch wel zinwachtig. Blij. Blij dat ik jullie terugzie. Dat is wel een leuk, blij wel. Dat is wel een leuk idee. Mijn woord is welkom. Ik ben hier heel huiselijk en gezellig en warm en welkom. Dat is fijn. Ik voel mij rustig. Gert en Jessie, merci om hier te gast te zijn. Oei, merci dat wij bij jullie te gast mogen zijn in onze podcast. Wat het direct in het gehoorgesprek, heel kort even over. Jullie werken met de dood. En wat mij eigenlijk ook heel erg intrigeerde is, jullie hebben een uitvaartcentrum, dat dat niet iets is dat jullie overgeërfd hebben van een vorige generatie, maar dat jullie daar allebei heel geluid voor gekozen om begraafdingsondernemer te worden los van elkaar. We kunnen daar iets over vertellen, hoe jullie hier terecht gekomen zijn. Wie zal er beginnen van ons twee? Vertel jij maar, doe maar. Dat is misschien een goeie volgende. Ik was iets sneller al mee bezig toen wij elkaar hebben leren. De begrafenisondernemer klinkt niet echt een romantische beroep voor de meesten, maar, Het is eigenlijk een ongelooflijk dankbaar en heel mooi beroep als je het op de juiste manier invult. Die komt zelf uit een helemaal andere richting, toepas psychologie. Dus die komt eigenlijk uit een helemaal andere setting. Zelf een overlijden in de familie meegemaakt, gezien wat er dan eigenlijk al moet gebeuren. maar vooral ook wel gevoeld welk mooi momentum dat er daar is om met die families aan de slag te gaan. Om echt te voelen van wat is hier nodig, wat kunnen hier betekenen voor de mensen, wat kunnen allemaal doen. En die uitvaart is dan eigenlijk, het organiseren van die uitvaart is dan de leidraad om die mensen van mee op sleeptouw te nemen en die eigenlijk echt te bevrijden. En dat is het mooie van wat we doen. Het organiseren van die uitvaart, dat moet ook perfect zijn, maar ik denk dat de essentie van wat we doen, dat het eigenlijk meer zit in het connecteren met mensen, in het verbinden en echt de begeleiding te doen, dan wel in het organisator. En hoe zei je dan van dat overleiden in de familie, Gert, naar ah ja, ik ga dit zelf doen. Ik was toen al wel zelfstandig. Ik had mijn coachingpraktijk en ik dacht van goh uitvaarten en na dat overleiding gezien, dat is echt wel... Die begraafsondernemer die ging buiten en dacht van ja, dat is wat ik wil gaan doen. Kort nadien, niet bij toeval, want ik geloof niet in toeval, iemand tegenkomen die bij een begraafsondernemer werkte. En daar zochten ze iemand om mee te komen werken. En dat was mijn ambitie toen. Ik ga dat doen, ik stop met mijn eigen praktijk en dat is wat ik tot al mijn pensioen had. Begonnen bij een bestaande begraafdingsondernemer en dan eigenlijk pas ook de sector leren kennen, als wat er ook bij kan, ook het praktische, ook de kerkelijke ceremonieën, alles wat er nog... Eigenlijk komt nog heel veel, zit nog heel veel rond rond die begeleiding. Dat allemaal leren kennen en dan toch na anderhalf jaar, twee jaar, dacht ik kan toch anders. En dan toch terug zelfstandig en dan is rustpunt eigenlijk geboren. Dan lang gedachten over hoe moet dat er dan uitzien. Origineel met het idee van het te doen vanuit ook die coaching praktijk. Ik denk dat zelfs die websites nog echt bestaan, funeral coach, echt wel met de bedoeling van die begeleiding vooral te doen en geen investeringen te doen naar infrastructuur en outline. Dat was eigenlijk origineel niet de bedoeling. Maar vanaf dat ik ermee ben begonnen, heb ik vrij snel ondervonden dat als je echt rust wilt creëren voor mensen, je echt een baken wilt zijn, dan horen ook al die andere dingen erbij. Dan hoort er ook een warme plek bij, een plek waar dat gewoon klopt. En dan hoort daar een goede organisatie bij, dan hoort er kwalitatieve spullen bij, dat je echt die mensen kunt ontzorgen op heel veel vlakken. En als je dat kunt doen, dan pas kun je met die essentie gaan bezig zijn. Maar als al de rest is puur praktisch, dan ga je er gewoon. En door eigenlijk al de rest ook wel wat te optimaliseren, komt de ei dan dicht bij de mens. En dat is wat we doen en waar we ook allebei heel blij van worden. En ook de mensen die intussen bij ons werken heel blij van worden. En ja, ik denk dat dat een beetje, dat is de start geweest. En ja, Jesse is een van die mensen die mee aan boord wou op dat moment. Jesse is bij mij koma. Ja. Ja, ik denk zes jaar geleden ongeveer, op mijn vorig werk. Ik werkte daar supergraag. En we hadden eigenlijk een mevrouw die elke maand wel langskwam en zij was begrafenisondernemer. En elke maand zag ik die en die vertelde daar wel dikwijls over. En elke keer dacht ik, dat is toch wel. En op een bepaald moment zei ze van ja, je kunt daarvoor naar school gaan. En je kunt daarvoor studeren. Maar je moet de begraafdienstondernemers in je buurt, je moet die een mail sturen. En je stuurt een mail naar de Gert. Dat is een kei toffe mens. En die woonde hier eigenlijk niet zo ver vandaan. Want ik woonde toen in Antwerpen. En ik heb dat gedaan. Ik heb een mail gestuurd naar de Gert. En ik heb hem gebeld. Of jij hebt mij gebeld. Kun je dat niet meer. En dan hebben wij, ze hebben eerst een stoofvlees gaan eten. En de lunch waren in Antwerpen. En daar is het allemaal begonnen. Ja. Ja, ik was toen vooral heel nieuwsgierig van hoe is dat dan allemaal, hoe moeten we dat allemaal doen en hoe moeten we het allemaal kunnen. En ik weet nog, de eerste week, ik ben dan vooral s'avonds, wat kom ik meedraaien en wat kom ik meezien, hoe dat er hier dan allemaal aan toe ging. Ja, en ik weet nog, de eerste dagen dacht ik toch van, ik weet het toch allemaal niet zo goed. En dan is Roger zijn vrouw gestorven en dan weet ik nog goed ik zie die man nog staan en die zei op een bepaald moment in een hele dag gesprek van god het is toch jammer dat ze niet meer naar de kapper is kunnen gaan want ze heeft dan zo lang thuis geweest en haar haar was helemaal niet meer goed en dan weet ik nog dat jij mij de dag daarna belde van zou het niet zien zitten om die madame raar te doen, opleiding met een kapper. En ik dacht, dat weet ik eigenlijk niet. Maar ik weet niet waarom, maar iets in me zei toch van ik ga dat toch doen. En ik weet nog, voordat ik eraan begon, zei ik van ik denk toch niet dat dat iets voor mij is. Ik vind dat toch allemaal best griezelig en onwetend. En ik weet niet dat ik die mevrouw haar haar aan het doen was. Dat dat gedaan was. En dan zei ik van ja, kom maar met het groeten. En dan weet ik dat ik aan de deur stond. Nog altijd met het idee, nee, dat is niks voor mij. En al die mensen die binnenkwamen, die waren mega emotioneel. Ik stond daar dan ook te wenen. Allee, ik was daar helemaal niet goed van eigenlijk. En ik weet dat ik zo bij de deur helemaal zo achter een stukje stond. Zo wat te schuilen van niemand ziet me toch. En de Roger, een mannetje van, ja, Wout was hem, 85, of is hem, want hij is er nog. Dat is 85 jaar. Zo'n heel klein meneertje die kwam naar mij en die pakte mij vast. En die zei wenend je hebt mijn madame zo schoon gemaakt echt, ze ziet er zo goed uit ja, dat gevoel, kan dat nog altijd niet beschrijven, maar vanaf dat moment dacht ik, ja dat is het, dat is het en ik ben toen naar huis gereden en echt, ja, ik weet dat ik in mijn bed lag dat ik dacht, als je zo'n dingen voor de mensen kunt doen, en uiteindelijk is dat maar iets klein maar met zo'n groot resultaat ja Ja, en toen... En zo is het begonnen, eigenlijk. Nou... Ja, ik weet nog, als ik het thuis vertelde, dachten ze echt, ik weet nog, de reactie van ons vader, die zei, amai, wat is er daar gebeurd in Antwerpen met je? Die zijn helemaal zot geworden. Allee, Jesse. En ook zo'n verhaal, maar jij bent mega emotioneel, dat is toch helemaal niks voor jou, jij kunt daar toch niet tegen. Ja, en toch. Eén van de grootste foute ideeën over de sector, we zaten nog niet zo lang geleden met een aantal mensen uit de sector samen en één van de vragen was, wat zijn nu de meest foute dingen die je altijd zo terug hoort, dat was één van die dingen. En zo, dat mensen heel snel de link leggen van, oh begraafzoonnemer, oh dan moet ik jouw aan de nieuwe nacht te zijn. Ja. Ja. Nee, niet hé. Nee. Als je in de nieuwe nacht te zijn en je voelt het niet, dan kun je niet doen wat je doen moet. En dat is dus echt zo'n totaal foute idee van onze sector eigenlijk. Het is net omdat je het kunt voelen, dat je, ja, dat je gewoon kunt aanvoelen waar dat de noden zitten en dat je zo'n mooie dingen kunt doen. De keerzijde is dat je jezelf gewoon goed moet verzorgen. Je moet af en toe ook wel kunnen bij jezelf terugblijven. Je moet gewoon zien dat je ook langs de andere kant zelf nog wel input hebt, zodat het allemaal wat. Dat je in die zachtheid kunt blijven. Ik denk dat dat de grootste uitdaging is. En hoe doen jullie dat? Voor jezelf zorgen? Dat is niet altijd zo evident, maar dat is een zoetogt. Als een oefening, ja. We doen dat door zelf onder andere met jullie aan de slag te gaan. Dus echt uit onze setting uit te gaan, is echt in een andere setting terecht te komen die bij jullie bijvoorbeeld een heel zachte, veel zachter is dan waar wij heel dik wil zien zitten. En hoe dat we ook dingen kunnen leren, hoe dat je ook terug input krijgt. Voeding. Voeding krijgt. Het moet al voeding zijn die in die mate inspirerend of intrigerend genoeg is dat de input van die uitvaart overstijgt. En dat is niet zo evident, want die input is best wel pittig en best wel overwhelming soms. Dus het moet ook echt iets zijn dat dan... Ja, dat is echt wel zo wat zoeken van wat kan ons dan nog boeien, interesseren, triggeren. En ik denk dat daar de essentie, gewoon die zoektocht naar onszelf is. Want het is vanuit daar, het is daar waar je de energie, de puurheid kunt puren om dan terug naar die mensen te gaan en dan weer veel te kunnen doen. En daar voel ik ik wel heel sterk van, hoe beter dat je er zelf staat en hoe zuiver het beeld dat je over jezelf hebt, Hoe beter dat je ook kunt inschatten van, wat kom ik hier allemaal tegen, wat voel ik hier, is dat van mij, is dat van die mensen, waar heb die mensen in de hand dan, dat herken ik, maar dat is niet van mij, maar dat is wel van mij. Dat is zo complex en meteen, als je daar naar begint te kijken, dan kan er zo ongelooflijk veel nog. En dan durfde ook en dan kun je ook verder gaan dan die organisatie van die uitval. Ja, want dat is het wel. Het is veel meer dan alleen die in dienst. Er is wel veel meer. Dan zitten we die mensen. Is dat het al? Ja, georganiseerd dat die een dag. Maar je zit ook heel dikwijls... Ik merk wel, als ik bij de familie zit, dan gaat dat over de persoon die gestorven is. Maar dan gaat dat ook heel veel over de kinderen, over de kleinkinderen. Je krijgt daar verhalen die mensen vertellen heel hun leven tegen u. Ja, dat gaat heel dikwijls niet alleen over die persoon die gestorven is ik zeg je bent wel begrafenisondernemer maar eigenlijk, is het veel ruimer je zit daar uren met mensen die verdriet hebben maar dat verdriet is heel dikwijls niet alleen omdat er iemand gestorven is en waardoor dat dan komt dat komt dan naar boven en je kunt wel, heel veel ja Ja, ja. En op die moment zit de persoon, want waar vind je iemand die gewoon drie uur bij je aan tafel zit en een en al oor is? En gewoon luistert naar je? En echt luistert. Geen oordeel heeft, niet met één of... Allee, dat is toch wel heel bijzonder, ja. En je merkt dat ook dat mensen daar heel... Ja, er is echt nood aan. Soms, als ik de brieven ga brengen, dan is dat toch toch nog een koffie drinken. Je gaat toch even gaan zitten, Jesse. Want je gaat toch nog even een babbelje doen. En die mensen hebben daar zoveel aan, terwijl dat eigenlijk soms een uur tijd is. Ja, maar die mensen... Ja, dat is eigenlijk zo dankbaar. Omdat er ook gewoon een kronisch tekort is, denk ik, gewoon in onze maatschappij aan tijd voor elkaar. En natuurlijk, wij komen, in die zin, ik moet zien dat ik het juist zeg maar, ergens in een luxepositie van die tijd te mogen en kunnen nemen en geven. Dat is eigenlijk zo'n interessant momentum, waar ik van overtuigd ben dat er heel weinig mensen die kans krijgen om op zo'n pure manier in een vervinding te komen bij elkaar. Mensen zijn ook altijd heel eerlijk. Ja, omdat in die omstandigheden valt ook alle show, alle bladblad, allemaal weggekomen, elkaar echt in puurheid tegen. Die hebben niet eerst een uur voor de spiegel gestaan en die hebben niet eerst hun huis gekuist voordat je binnenkomt en je komt daarin. Echt in drama in, wat je eruit zegt dat is ook verdriet in verdriet mee dus het gaat meestal niet alleen over dat maar er komt dan alles wat er bij mensen nog wat vast zit dat hangt er allemaal, samen en je ziet meestal niet met één iemand op tafel, met een gezin of met meerdere partijen, Dus al dat verdriet van al die mensen en al die verschillende verhalen komen daar eigenlijk bij elkaar. En als je dat op een goede manier kunt dragen, dat is wat dat mensen voelen. En dat is wat dat we doen. Dat is toch heel belangrijk. Het is een manier dat ik veel meer met de levende bezig heb om te doen. Absoluut. Toch wel. Verhoudingsgewijs klopt dat ook wel. Nu, bij ons draait elke familie rond de persoon die overleden is, omdat heel de structuur zo in elkaar steekt. Maar ik denk verhoudingsgewijs zijn we misschien 10% met een overledene bezig en 90% met een avondstaan. En daar staan mensen niet altijd bestil natuurlijk. Terwijl natuurlijk die 10% met een overledene, ook daar denk ik dat we als maatschappij nog, daar ligt nog zo een zee aan ontdekking. Want die overledene, die heeft op het moment geen plek in in onze samenleving. Drie generaties geleden wel, dan werd de overledenen thuis in de voorkamer opgebaard. De familie kwam mee verzorgen, de buren kwamen mee koffie schenken van dat koffie. Trouwens, ik kon nog geen koffie schenken. Er was heel wat om te doen. Nu, overwijl we de mensen zijn in rusthuis of in een ziekenhuis, buiten het oog van de maatschappij, heel dikwijls, zeker de jongste generatie, wil eigenlijk als wij ze niet wat uitleg geven, dan denk je van, ja, we kunnen niet meer komen groeten, dat is ook niet nodig. Maar op de duur wil heel die essentie van ons besef dat we sterfelijk zijn, dat is op het moment gewoon weg uit onze maatschappij. En dat denk ik dat echt een heel groot probleem is. Daar moeten wij dan allemaal honderden cursussen mindfulness voor gaan volgen. En voor in een tempel zitten. Om terug te beseffen dat we sterfelijk zijn. Terwijl zo een overledene aanraken en daarmee bezig zijn. Dat doet ons veel beter beseffen hoe eindig dat het allemaal is. En ik geloof dat daar nog heel veel zit dat we nog kunnen doen. Ik denk dat de wereld er nog niet aan elkaar voor is. Op het momentenmaatschappij hier aan deze kant. Maar we zijn er wel mee bezig. Maar naar rituelen toe, bijvoorbeeld wat wij nu terug thuis opbaken doen, zoals vroeger, samen met de familie op een rituele manier overdenen, samen in de kist liggen, samen de kist sluiten, dus echt samen afsluiten. Dat zijn zaken waar we nog heel veel zien, dat heel mooi is om te doen. En de familie die daar voor openstaan, daar zie je ook bij wat voor een waarde dat geeft, dat dat lichaam doet. Het is ook mooi dat jullie daar ook, want het is veel makkelijker om het gewoon tjak, tjak, tjak, efficiënt, simpel te doen. En dus dat jullie heel bewuster voor kiezen om dat terug open te trekken en die tradities terug ruimte te geven. Het is ook wel heel belangrijk hoor, want er zijn sommige families die dan de ouderen tegen de jongen zeggen, nee, je moet niet meer gaan groeten, nee, nee, nee, je moet dat niet doen. En dan probeer je dat toch wel uit te leggen dat het eigenlijk wel een heel belangrijk moment is in dat proces. We hebben een paar weken geleden kunnen overlijden. En ik zit met die vrouw aan tafel. En er zijn drie kinderen. Ik denk dat de kinderen waren 25 of 26 jaar. En die mama zegt, nee, je moet niet meer gaan groeten. Nee, dat gaat niet meer hetzelfde zijn. En dat is kwitnieuw dingen. En met al mijn dingen van, ik zou dat toch echt wel aanraden en uiteindelijk zijn die kinderen gekomen en die hebben naar hun mama gebeld van mama, je moet echt in hun auto stappen, je moet naar hier komen, die kinderen stonden bij die papa en die zeiden, die ziet er echt beter uit dan dat we hem in dat laatste hebben gezien, die waren daar eigenlijk helemaal, die zijn elke dag gekomen en op het einde van. Die week, die op de begraafplaats stonden en die twee zonen die zeiden van, goh Ik ben zo blij dat je ons toch hebt overtuigd om te komen. En die mama zei van, stel u voor dat onze kinderen naar mij hadden geluisterd. Dan hadden we die momenten eigenlijk niet meer gehad. Het is toch wel een heel belangrijk moment. Heel zielvol. Dat gebeurt ook wel wat. Rond zo'n groetbed. Dat gebeurt wel wat. Daar aan energie, aan verbinding tussen de mensen daar rond. Je ziet daar soms ook letterlijk mensen elkaar hand vastpakken. En er met z'n allen rondstaan, dat is zo'n mooi beeld, maar dat is de essentie van wat dat te maken, Ik moet even terugdenken aan twee grootmoeders, ik heb er een grootmoeder hier in Staafbroek gestorven en ik ben daar toen niet gaan groeten omdat ik daar zo bang van was. Ik was kind en ik was echt bang van iemand dood te zien, dat was voor mij, ik wist niet wat ik daar mij moest voorstellen. Dus ik ben gewoon blijven zitten op het stoeltje voor de kamer van het Groetum dat ik daar zoveel spijt van gehad en dan was ik al ouder mijn oma Alice, die dan gestorven was. Vond ik dat zo belangrijk om haar te zien en heb ik ook mijn dochter, toen hij drie was, Luca, meegepakt want ze zei, wat is dat dood? Mijn oma is gestorven, maar een kind weet niet wat dat is En ik ben zo blij dat ik daar nog wat mee heb gepakt, dat ze dat heeft kunnen zien, voelen, want dat is een deel van ons. Ja, dat is een stuk van ons. Het is heel mooi dat jullie... Dat jullie mensen daar echt ook voor warm maken en mee pakken. Dat het zo essentieel is van ons bestaan eigenlijk. Ja, dat is gewoon een stuk van ons mens zijn, dat we op deze complete energie hebben. Nee, ik denk dat ook wel, we hebben zo'n hele, hoe heet het, een kofferrijdend tafeltje laten maken. Waar er eigenlijk heel veel spullen in zitten om te knutselen en te verven en echt te knutselen met de kinderen en heel dikwijls als er kleine kinderen bij zijn dan raden wij echt aan om die mee te nemen want voor een kind is het heel belangrijk als je zegt tegen een kind je mag niet meer komen groeten dan wordt die fantasie dan is dat van oei, ze zal er wel heel. Raar uit zien of is ze dan helemaal die zien echt een schrik Ja, die denken echt, amai... Dat we dan op doorvragen, dat zijn dan de dingen van piep, piraat en zo. Ja, dat zijn dan de dingen die ze zeggen van, ja, ik dacht echt dat dat dan zo ging zijn. Waar worden we als kind vandaag nog geconfronteerd of in contact gebracht met de dood? Ja. Deze kent die we van de wereld. Nee. Er zijn andere delen in de wereld waar dat het veel dichter staat. En daar zie ik dat ook dat men op een heel andere manier met de dood omgaat. Ja. Zonder daar te zware uitspraken, maar ik vrees dat hier in Vlaanderen zeker, heeft de kerk en de zwaarte die er soms is bij gekomen, toch ook wel wat gemaakt. Dat we daar nog eens een dik zwart of paars deken hebben overgelegd, over heel die rauw, wat niet gemakkelijker gemaakt. Dat zijn culturen waar het doodgaan, het feest van de overgen is, waar zeven dagen gefeest wordt, waar dat er, die hebben meer en minder veel verdriet, die mensen, omdat die persoon erin is. Maar dat wordt daar een stuk gecompenseerd en die komt in een andere zachtheid omwille van, die zijn ervan overtuigd, dat die in een betere fase terechtkomen. Terwijl bij ons een zeker nadeontkerkelijking, nu heeft men ook, zelfs dat zwaar geloof is er nu ook al niet meer. Voor vele mensen is er dan ook niks niet meer, er wordt ook niet meer over gesproken, niet meer over nagedacht, maar dat maakt het ook nog eens veel harder. Zwaarder om te dragen. Nog veel zwaarder om te dragen. En ik denk dat we daar gewoon terug naar de natuur moeten gaan. De reden waaraan dat we hier onze tuins hebben aangelegd en dat groen, je zult zien, als wat er in de zak zit, er zit heel veel natuur in. Van de natuur leren we dat terug de cyclus van die in de natuur in alles in zit die zit ook in ons leven als je dat terug kunt zien en voelen wij voelen dat dat mensen vertrouwen geeft, hou vast ja, hou vast er kunnen ook nog heel veel dingen mee doen. Er is nog heel veel werk in wat we doen we hebben ook nog heel veel ambitie op dat vlak we zoeken altijd zowel nog Ik kan nog even terugkomen op de koffer van Thijs het Groeten. Ik ben er wel heel blij mee dat we dat hebben kunnen maken. Iemand heeft dat voor ons gemaakt. Hayat heeft dat gemaakt. Als de mensen binnenkomen, dan neem ik de kinderen mee. Dan zitten we rond die tafel en dan begin ik te knutselen of te verven. Dan maken we iets. Dan kunnen de ouders even bekomen bij de persoon die gesorven is. Vanaf dat de kinderen er behoefte aan hebben, dan kunnen ze bij de mama en de papa even gaan staan en eens gaan zien wie er dan is overleden. En dan komen die terug. En dat is eigenlijk een heel... Ja... Heel organisch, ja. En die kinderen voelen van, oké, ik heb hier iets geschilderd, ik ga dat bij de moeken of de fokken leggen en die komen terug. En die spelen buiten, die komen terug binnen. En voor hun ouder is het ook wel... Ik merk toch dat heel veel families dat dan zeggen van, oh, dat is wel fijn. Dat er even, dat de kinderen erbij zijn, maar niet tegen het been geplakt. Ja, dat ze die moeten heel het feit doen. Dat hun eigen proces ook eruit krijgt. Ja. En daar zie je dat, maar ook dat zie je dat wij van kinderen ook veel kunnen zien. Ja, zeker. Ja, echt. Die wilde jij toch, als je in je proces van de eindigheid terechtkomt, in dat idee, bieden er het liefste bij toch de mensen die naar u komen ja, kinderen zijn heel kijk, dan zie ik wel eens en dan hoor ik die soms zeggen mama, gaan we ze bij het eten? gaat dat hier nog lang duren? En dan sta ik er altijd en denk ik dat is zo zalig hoe dat een kind, ja ja dat is normaal dat is misschien extreem maar dat is deel van het nu is iemand dood en nu gaan we eten Maar die doseren je beter. Dus kinderen die pakken dat vast als het kan. Maar vanaf dat dat wat veel wordt, die deconnecteren automatisch. Dan beginnen die over iets anders. En dan wandelen die terug weg. Dan beginnen die over tafel te eten. Dan beginnen die over een vriendje. Dan beginnen die over iets helemaal anders. Maar daar kunnen wij als volwassenen, hoe ouder de mensen worden, denken hun eigen doodsangst dat dat er ook mee te maken heeft. Maar die zijn diekels veel minder goed naar deconnecteren. die gaan in dat verdriet en die verliezen zich soms daar, zodanig in dat die kinderen soms diegene zijn die dan even zo, even terug ja, en dan, ah en dat is zo mooi om te zien hoe organisch dat het eigenlijk allemaal loopt en als wij daar gewoon in de rand, want het is niet dat wij daar op het podium staan in de rand gewoon zijn om daarvan op afstand een klein beetje mee in de oog te houden en hier en daar een klein handje toe te steken dat is heel mooi dat is een heel mooie energie om hier te werken nou. Ja, dat is waar. Het is eigenlijk meer de facilitator van het proces dan... Spaceholdering, er zijn en uw aanwezigheid. Ja, er zijn, en er echt zijn. En tegelijk daardoor er ook zelf mogen zijn. Want als ik dan zo vrij mag zijn om die link wel te leggen, wat maakt het bijvoorbeeld voor mij, dat werk is voor mij ook wel helend. Want dat zijn de momenten waar je als mens ook voelt dat je je emmerken ook gevuld wordt, door de zinvolheid van wat je daar aan het doen bent. En niet alleen de dankbaarheid, het gaat niet alleen over mijn natuurlijk please-gedrag, daar gaan we het niet alleen over, maar het gaat ook meer dan zijn. Je vult ook effectief je innerken wel met heel essentiële dingen. En dat die zinvolheid van wat je aan het doen bent, is een ongelooflijk mooi. Een heel belangrijk stuk ook is. Veel mensen naar hun job kijken, naar iemand. Voor wie of voor wat? zijn. Ja, ja. Waardevol zijn. Je bent echt een essentieel voor die families. Ja, je komt die jaren later terug tegen en dat is, ah ja, je ziet, ah ja. En die mensen, je hebt daar zoveel voor kunnen doen, die onthouden je. Voor de mensen zijn je... Ja. Ja. Ja. In principe, dat taal rechtstreeks met gelinkt is. En hoe meer te zijn, hoe scherper de omstandigheden, hoe belangrijker dan ons job wordt. En ik denk dat dat heel het, ook voor ons heel die evenwichtsoefening zo is. Van hoe ver, wij smijten ons daar ook wel in die dingen. En dat is wat wij ook als koppel elkaar ook proberen van, ik heb daar nou, je ziet heel veel, om, ik heb mijn eigen dorp koppel, maar het echt zo, zo sterk blijven ingaan en gaan en gaan. Dat is ook belangrijk, dat er iemand anders nu is die ziet van oei, maar. Even staat om even mij al die rem te trekken want dat je ook effectief wel eens naar jezelf terugkijkt want het is wel heel verleidelijk om heel veel bij de anderen te zitten in plaats en je eigen volledig uit het oog te verliezen je wilt zoveel doen voor anderen je wilt zoveel geven en het is natuurlijk ook wel een beroep, de mensen sterven niet altijd tussen 9 en 5 het zijn heel onvoorspelbare uren. Onvoorspelbare situaties want natuurlijk niet iedereen wordt 95 jaar in het rusthuis en er zijn ook situaties bij waar ik heel eerlijk, dat ik ook niet zit op te wachten, maar ook dan moet je er zijn en voel je van oké, ja, als ik het al zo erg vind, hoe gaat dat dan zijn voor die familie waar ik straks mee aan tafel zit en dan, ja, je kunt pas voor de mensen zorgen als je ook voor jezelf zorgt want, alleen zo in echt hele extreme situaties Dan ben ik wel vooral de persoon die zowel wat op de achtergrond blijft. Ik weet dat jij heel... Ik heb altijd gezegd, jij functioneert het beste bij extreme situaties. Jij hebt dan... Ja, als het... Maar dat heeft ook heel veel te maken met zo die, ja, hoe hoger, gevoelt dat hè, gevoelt wanneer dat de nood, hoe hoger de nood, ja, en dan, ja, en dat is natuurlijk ook een beetje de oefeningen, want we doen, hè, we zijn nu meer huispunt, denk ik, acht jaar, allemaal bezig, of, ja. Ja, acht jaren, ja. En in het begin, voordat ik je kind er zeker had, deed ik het allemaal alleen. Dan zijn we dan met twee van ongelukkig. Maar we zijn nu de laatste twee, drie jaar heel hard gegroend. Dus nu zijn we mee een aantal meer. Om het te kunnen blijven doen. Op dezelfde manier, zoals we ooit begonnen zijn. Om de tijd te houden. En ook tijd te blijven hebben voor dat taske koffie. Dat was de insteek. Ik weet nog dat we op een bepaald moment, dat ik bij een familie zat en dat ik dacht, ik heb eigenlijk maar tien minuten, maar die mensen hadden echt meer nodig dan tien minuten. En ik weet dat jij dezelfde week zei, ik zou daar echt nog moeten passeren, maar ik weet niet of ik er gaan geraken. En toen zei je, we moeten iemand bij aannemen, want als ik dat niet meer kan doen, met wat zijn we dan nog bezig? En dan zijn we eigenlijk op zoek gegaan. En dan is het heel snel, want ondertussen zitten we wel met een hele groep van mensen om datzelfde te doen. Hoeveel? Hoe groot is jullie groep? We zijn met zes heel lieve, fijne collega's. Het zijn allemaal mensen die... Zes vaste medewerkers. Zes vaste medewerkers die hetzelfde doen als wij. Dan acht mensen die de diensten voorgaan. Dus die echt enkel en in zich concentreren op het uitschrijven van de plichtigheid. En die komen dan ook weer de mensen thuis rond rituelen en opdatingen. Dan een stuk of 20 flexie jobjes voor de koffer. En twee mensen die de mensen nadien helpen met water afsluiten, gas, antriek, proxmus, dat is ook zorg. Heel belangrijk, dat is een heel belangrijk stuk. Het is nog wel een interessante trouwens, want dat is iets, dat doe ik eigenlijk al vanaf bijna in het begin, omdat ik merk dat dat mensen hindert om tot de essentie te komen. Want, ah ja, met al die besluiten gassen, en dan drukken, en zo, ah ja, en een telenet, en... En dan zei ik van ja, laat dat alsjeblieft liggen tot na de uitvaart, maar de mensen lieten dat niet gaan, want dat moest allemaal gaan gebeuren. En dan, dat was al na een paar weken, dacht ik van ja, hier moet ik echt iets op vinden. En dan heb ik iemand aangesteld om, en dan zeg ik nu tegen mensen van ja, maar laat dat liggen, want er komt iemand voor langs. En dan laten mensen dat wel liggen. Dus nu hebben we de luxe dat die mensen ook in dat moment doen, ook blijven bij ons die week. dat we echt mee te sensie bezig zijn. En al die stomme paparazzi, als ik het zo mag zeggen, van elektrischappijl, dat je toch uren onder wacht muziek hangt en toch weken moet wachten op dat blad, dan zal die week de zaak niet maken. Dus dat doet allemaal niet. Dus ook nog twee mensen die dan met je administratie bezig zijn. En dan één iemand die zoveel de koffie dingen coördineert. En dan nog een paar losse medewerkers die als het echt druk is, dat we kunnen bij elkaar gaan. Als je dat zo opnoemt, is dat precies zo wel ineens mega, zo lijkt dat wel. En toch, onze ambitie is, en ik denk dat we dat niet ver afzitten, maar onze ambitie is dat elke familie die bij ons terechtkomt het gevoel heeft dat zij de enige familie zijn die op dat moment begeleidt. En dat zij dus altijd ook hetzelfde gezicht zien, dus dat eigenlijk nog altijd hetzelfde is als acht jaar geleden. En dat is ook de reden waarom we op bepaald meteen moeten zeggen van hoe moet ik er weer? Maar dat heeft ook wel de kans gegeven aan ons om door te groeien, te zeggen van oké, maar dan moeten wij ook iets vinden om wat te deconneteren en ook wel eens naar ons eigen te kijken. Gelukkig hebben we die stap gezet of je zou echt, dat is ook een ideaal job om in op te brengen. Je moet altijd aanstaan. Ja, altijd aan. Altijd aan. Eén euro. Dat krijg je gratis even niet bij. Als je hier niet oplet, en dat klopt ook gewoon, maar dus door dat groeien en ook die kans om je eens een stap terug te zetten en dan besef je ook van, oké, je bent dan even niet met de essentie bezig, maar dan wordt het alder eens ineens heel relatief, van oei ja, en dan weet je ineens niet meer wat wil je dan nog zelf eigenlijk in je leven, en dat vind je eigenlijk niet. Dat is heel interessant ook om te zien bij jezelf van oei, maar hier zijn we wel deelste even in het gaan en dan ook je eigen proces te beginnen te beginnen of verder te zetten vandaag, zo hebben jullie trouwens om dagen, ja, dat is toch wel als we met jullie een weekend hebben of een moment. We hebben sinds kort een vrije dag per week, wat dat voor ons toch best uitzonderlijk was en je merkt dan toch, als je hier thuis bent of je bent ergens, ja, toch even die e-mail check, toch even zien in een agenda, toch zien of iedereen er wel is, of dat alles oké is. In je hoofd ben ik er toch altijd wel best veel mee bezig, maar bij jullie, ja, die gsm, moet je dan eigenlijk echt afgeven benaam. Ja, en je krijgt dan zoveel prikkels en zoveel input, dat dat wel, voor mij helpt het dan wel. Ik weet elke keer, als het begin is van het weekend, denk ik, oh, ik kan niet kunnen zien, ik ben daar dan niet op die uitvaart en zo maar op het einde denk ik wel elke keer van, dat had ik niet nodig, daar heb ik niet echt iets aan gehad, dat is toch. Een heel belangrijke uitvang van iemand dat jullie heel goed kennen, daar dan niet aanwezig zijn wat voor jou in de nacht ja, ik vind dat echt een, stap, ook het loslaten van ja, klopt want dan is alles veel smooth verlopen ja, ja, dus je ziet wat jullie doen het is toch, voor ons, ook voor onze relatie want we hebben heel veel gewerkt en ik heb het altijd heel fijn gevonden, want je bent bezig en je bent bezig maar op een bepaald moment weet ik dat we zo eens tegen elkaar zijn van, we moeten vandaag niet werken, wat gaan we doen? En we keken naar elkaar en we dachten ja, wat kunnen we doen? Wat doen we eigenlijk graag? Wat doe jij graag? Ja, geen idee. Ja, we werken. Ja, werken, hè. En we hebben elkaar ook leren kennen op het moment dat ik eigenlijk net dat het eigenlijk net begon te groeien en dus we zijn er met twee... Samen in die groei. Het is ook dank, Sajici, dat we zijn blijven kunnen groeien met de zaak. Maar we hebben wel jaren met twee dag en nacht. Je bent elke dag van zeven uur tot elf uur, twaalf uur s'avonds weekends door. En dat was fantastisch, dat was superfijn. We hebben zoveel kunnen doen voor mensen. Je moet er ook wel iets vinden om te zorgen dat het allemaal in eenvlieg blijft, want je trekt dat anders niet. En ook gewoon uit belangrijkeheid voor die families. Want je zou, voordat je het weet, jezelf afstompen. En dat is net wat je niet wilt, want dan voelt het niet echt. En dat zou heel jammer zijn, want dan zou je ook je passie verliezen. Maar ik voel wel heel hard hoe, ik ben, mijn liefdesleven is nu niet echt over een leigedak, is er wel wat veranderd bij mij. Het is wel de eerste keer dat ik iemand dicht bij mij heb, waar we ook die liefde, de passie voor het werk in de eigen liefde kunnen delen. En ik merk wel hoe hard dat u dat nog eens versterkt in alles. Dat is heel waardevol, ja. Ik ben nooit zo echt bewust. Ik heb mijn vorige relaties, ik deed mijn werk, dat was mijn ding. Het was enkel van mij. Niemand mocht het niet aankomen, niemand wou het niet aankomen. Dat was een voordeel. Maar dat was zoiets, ja ik deed het alleen. Maar eigenlijk, ik heb dat pas nadien met gestie te leer kunnen ondervonden. je bent meer dan de zon van de twee, hè. Nu is het onvoek. Ja, het is zo veel meer in gecreëerd, Ook als kop dan nog een extra energie daarbij. En dat is wat daar heel veel mensen hier ondertussen ook voelen. Er zijn ook heel veel mensen ondertussen die bijvoorbeeld, hoewel mij en de naam daar wel overal bij je opstaan, maar die Chessie kennen. Ja. En waar dat toch voor sommige mensen belangrijk is van, ah ja, maar dat is de partij van de Gert, ah ja, oké. Dan klopt dat toch nog wat meer. Allee, je merkt toch zo, als zo'n familiebedrijf kan je dat zo mag zeggen, Dat dat toch voor sommige mensen wel de nodige charme oplevert om daar maar toch meer vertrouwen in te kunnen leren. Ja, zeker. Onze sector heeft er niet vrij van, van die grote ketens en die grote massa-fabrieken. Dus ook dat is wel een meerwaarde, dat ze zich ook echt thuis voelen. Ja, je werkt ook heel intens. En als ik bij een familie zit en die vragen, is ons papa al bij jullie? Dan zeg ik, oh de Gert is op weg. En nu zijn we gaan halen. Dat zijn heel... Ja. Je kunt veel doen samen. Ja. We hebben een rondleiding gekregen daar straks. Dat is super mooi ook wat er nu in de nieuwbouw staat. Heel indrukwekkend. Heel indrukwekkend. En er zijn daar twee dingen die bij mij nu zo binnenkomen. Dat is één, dat je dan ook heel erg er op dezelfde manier naar kijkt. Gevoeld als je in dat gebouw binnenwandelt. En de materiaalkeuzes en wat er aan de muur hangt enzovoorts. ook de stoeren metgestonden. Je kunt niet zeggen dat heeft Gert gedaan, dat heeft Chessie gedaan. Dat is de gela. Dat draait daar langs alle kanten. En het andere stukje was ook zo, wel heel mooi, de efficiëntie waarmee heel veel dingen hier wel geregeld zijn. Er zit zo'n laag, en je bent heel trots op je printstraat en druk. Ja. En waarom de bakjes met de spullen van de overledenen enzo, dat is allemaal zeer mooi georganiseerd. Wat jullie heel veel tijd geeft, heel veel ruimte geeft om dan met de mensen te kunnen behezen. Ja. Ja, gewoon doen dat eigenlijk, dat, dat, dat, dat, dat, geen energieverlies en dingen die onmogelijk zijn. Ja, wel, dat is wel interessant, want wij zitten, wij, in de laatste jaar, we hebben veel tijd gestoken, in nieuwe medewerkers. Want wat is nu het profiel van de medewerker die wij zoeken? Ik zal zeggen, wat is bij ons het profiel, hoe hebben wij iedereen aangenomen? Tot hiertoe iedereen die bij ons werkt, is enkel en alleen geselecteerd op hun innerlijkheid. Hebben ze hart en liefde voor mensen en kunnen ze bij ons komen werken. Altijd kunnen we het leren. Maar daarnaast zijn er wel twee dingen die de combinatie moeilijk maken. Ten eerste moeten ze heel hard in het heel mens gericht zijn, maar tegelijk moeten ze bijna autistisch organisatorisch in elkaar stelen. En dat is zo'n moeilijke match. En vooral als je daar iedereen van kunt leren, maar dat is niet voor iedereen haalbaar. Want ofwel krijgen we hier mensen die keiefficiënt autistisch mee in mijn energie komen van ja, deze kunnen we hier zonder fouten. Keigoed organiseren, maar die niet in staat zijn om die zachtheid bij die familie te gaan begeleiden. Zonder gevoel eigenlijk. Ofwel krijgen hier keilieve romantische zielen die totaal niet beseffen wat er achter die scherm al moet gebeuren om geen fouten te maken. Want dat is toch ook wel een hele bootje wat er moet gebeuren. Ik zie u vaak zo doen, Gert. het moet af zijn het moet perfect zijn ja, er is geen. Er is ook geen markt straks waren we in de oude laad daar staan 230 stoelen die staan daar in prachtige bogen en dan staat er geen 9mm nee, die optie is er niet het voelt niet clean dat voelt net heel warm, dat geloof ik ook niet dat dat rust betekent voor mensen Maar natuurlijk, alle mensen zijn wat anders en iedereen heeft z'n eigenheden, maar ik kan er vanuit, er moeten er nog, jammer genoeg moeten er nog gelijkhekkies, gelijk meisjes, die even hard kunnen panikeren bij een gebrek aan structuur. En daardoor kan ik ook heel goed voelen hoe belangrijk dat structuur voor sommige mensen is ik heb ook een andere kant die helemaal niet van structuur houdt, maar ik kan ook wel heel goed voelen van kijk als je het allemaal niet meer weet dan is het verdorie zo belangrijk dat er. Houvast is en houvast dat zit zelfs in het feite al die stoelen rechtstaande, maar dat zit ook in dat kadertjes niet scheef hangen En dat dat allemaal klopt en dat geeft rust. Alleen in mijn hoofd geeft dat rust, maar bij veel mensen geeft dat rust. En dat is niet de essentie, zeker niet. Dat is wel de basis. Ja, maar wat is dat er al is? En daarop kunnen we beginnen. Ja, en daar kunnen we beginnen. Daar is energie aan verlies. Ja, dat is waar. Dus, ja. En zoveel om elkaar ook wel heel goed aan, denk ik. Ik denk dat als je ziet, Zit heel hard in dat menselijke, in dat heel veel baddimensen en is heel goed in heel nauwlettend die structuurjes en die dingen waar dat ik mij hoop dat kan niet verliezen in het blijven uitdenken van organisatorische efficiëntie. Van die dan ook zelf te volgen en uit te dragen naar de collega's. En te zeggen, ja, nee, dat is, nee, nee, dat is echt, nee, joh, nee, dat is echt wel zo. Ja, we hebben veel systemen. Heel veel. We hebben al een zin systemen. Met die doelie systemen, dat dan eigenlijk iedereen in die menselijkheid kan bewaarden. Ja, dat is waar. Allee, ik vind toch wel, sinds onze relatie, ik vind dat toch wel een heel groot voordeel, dat ik het nooit niet s'avonds heb als het echt een heel pittige uitvaart is geweest of ik heb een heel pittig gesprek gehad. Ik moet nooit niet... Allee, ik kan soms naar je zien en dan weet ik dat jij denkt, ja, je moet het niet uitleggen. Ik weet wat dat is. Allee, ik vind dat toch wel een meerwaarde dan als ik dat vergelijkt met mijn vorige relaties. Ik heb daar nog niet zo heel veel gehad, maar toch. Dat is toch op een ander niveau, die verbinding met elkaar. Soms heb ik echt een heel indrukke dag en ik kom komt er s'nachts een oproep en zegt de Gert, ik zal kijk gaan, blijf maar liggen. En dan weet ik ook dat je liever gaat blijven liggen, maar toch, dat je zo er dan kunt zijn voor elkaar, ik vind dat echt iets heel mooi en ja... Ja, door die communicatie en dat is wat we ook bij jullie nog meer leren, dat is gewoon goed afstellen van wat zijn elkaars behoeftes. Ja. En te horen van, wat kunnen we hier? En waar heb je je aan nood aan? En dat proberen van dat op een heel mooie manier. Wat ik wel heel hard geleerd heb van jullie is, wat wil ik nu echt? En hoe is het nu eigenlijk met mij? Voordat ik jullie ontmoet heb, heb ik daar nooit zo bij stilgestaan. Als mensen vroegen naar mij, hoe is het met je? Dan zei ik al, ja, gozenen, tuurlijk. En als mensen dat nu vragen, en ik heb geen goede dag, durf ik echt zeggen, niet goed, maar ja, niet goed. En daardoor of daardoor, dat ik ervoor nooit niet tegen mensen openlijk durfde zeggen. Ik was altijd de persoon van, keigoed. En nu vind ik dat toch iets heel belangrijk dat je meegeeft aan mensen. Ik denk dat je zoiets vroeg van, hoe is het nu met je JC? En wat voel jij nu? En dan dacht ik, oei, wat voel ik? Ik voel niks. Wat moet ik voelen? Ja, dat is toch... Ja, dan proberen we toch zo wat in de families mee. Ik merk dat ik toch wel, als ik bij mensen zit, dat ik zo een uitvaartijd aan zo'n jaar geleden is en dat ik die mensen tegenkwoon en zeg en hoe is het? En dat die mensen tegen mij zeggen, niet gewoon oké, we gaan zitten, vertel dit hoe komt het? Omdat de ruimte om te mogen ligt het gaat eigenlijk niet goed maar voor families is dat logisch maar voor u zelf is dat niet correct als de persoon die draagt zich niet goed voelt denk ik, in onze samenleving dat is taboe ja, zo zijn er veel dingen taboe Zeker in onze sector. Het zijn toch allemaal dingen. De dood is sowieso al een moeilijk onderhoud voor de meesten. Goh, nee, ik ben niet bang van dat. Goh, ja. Ik wil toch nog niet... Nee, ik wil ook nog niet. Absoluut niet, want ik heb sowieso wel twee levens te kort. Ja, jij wel. Maar... Ik probeer altijd wel te geloven dat er nog iets is. Ik probeer bij elke overleden, als ik iemand in de kist leg, denk ik toch... Ik hoop echt dat jij hier naar boven gaat en dat jij nog kwitnieuw wat gaat meemaken. En ik probeer daar toch wel... Ik merk wel dat dat bij mezelf, ik ben nogal gelovig opgevoed en toch wel er nog wel wat in gebleven. Dat ik denk van, er is toch nog iets. Ja, er is toch nog iets plezant hierboven. Dat gaat toch niet stoppen. Dus ja, ik mag het hopen. Ik hoop dat dan. Dus ja, ben ik er bang voor. Ik ben soms heel bang dat het misschien niet dat is wat ik denk dat is. Maar ja, eigenlijk is dat, ja, je zit daar toch elke dag in. En ik merk, als ik dat zo zie bij mijn houwers, er wordt heel veel over gebabbeld. Maar toch weet ik eigenlijk niet van ons vader wat hij wil. En dikwijls heb ik dat al zo al proberen aan. En dan is dat, zeg, Jessie, nu nog nissen, zeg. En als het zover is, ja, doe dan maar wat, hè. Ja. Dat is, ja, er wordt niet over gesproken. Ik ben niet bezig van, als ik sterf, was dat belangrijk. Ook de nu nog niet. Want als je hier zoiets eruit over sticht, kan het verhaal zijn. Ja, ja, het is heel... Mensen zijn nog niet bewust. Ons job begint soms veel vroeger. We hebben wel regelmatig gesprekken met mensen die dan ziek zijn. En die weten dat ze komen te sterven. Ik heb nog persoonlijk heel veel uitgeleerd uit die gesprekken. Mensen die wel op voorhand met jou echt... Doorpraten van ik wil dat zo, ik wil dat zo, maar in die laatste dagen dat je bij die mensen aan tafel zit en dat het dan gaat over hun dood. En een van de dingen dat mij wel is bijgebleven, en dat is denk ik wel zeker zeven jaar geleden, was een man van, ik denk dat hij 45 was, palliatief, dus hij wist dat hij nog een paar dagen had. En die zei tegen mij van, goh, schrik, dat weet ik niet, waarschijnlijk wel, maar mijn curiositeit is toch groter als mijn schrik. En ik heb dat ontdekend, ik heb daarna eigenlijk, dat is bij mij altijd blijven hangen, eigenlijk voel ik dat zelf ook zo, ik ben eigenlijk benieuwd eigenlijk dat ik schrik heb, want ja, eigenlijk is dat ook iets dat we niet, ja, uiteindelijk is het toch iets heel fascinerend Dus gezien, alles in de natuur is niks dat definitief verdwijnt, alles komt op een of andere manier terug en je hebt toch een proces. Dus ik kan niet aannemen dat het stopt. Ik geloof nu al in energie en in dingen, dus ik ben toch ook echt al creëus, maar ik moet het nog niet mogen weten. Nee. Ik ben onwetenschappelijk opgeleid en ook geïnteresseerd in alles en nog wat. En ik vind dat heel vaak de realiteit. Onze religie, ons geloof of onze fantasie overstijgt. En het feit dat de materialen waar wij als mens van gemaakt zijn, dat die ontstaan zijn in sterren. Die kunnen alleen ontstaan zijn in sterren, zoals waardere metalen enzo. Dus wij zijn letterlijk opgebouwd uit sterrenstof. Dat is toch alles in de aantal fantastisch? Ja, schade. En dat verdwijnt dus ook omdat je anders weer terecht bent. You are made of stars. Dat is ongelooflijk. Dus dood wordt dan ook een heel... Abstract begrip. In deze verschijningsvorm. Ja, maar er gebeurt met stukjes van wie je zei. Fascinerend. Ja, en erover praten is toch iets. Ik denk dat dat toch ook wel iets is. Dat bij heel veel mensen zou iedereen echt af en toe eens naar een psycholoog moeten gaan of naar een rouwcoach. Dat zou iedereen zoveel bijbrengen. Natuurlijk niet voor iedereen, maar Iedereen is hetzelfde, maar je merkt toch mensen die er bewuster mee bezig zijn. Nu, de missie van Ruistpunt, 8,5 jaar geleden, was de missie, dat waren twee delen. Dat was enerzijds uitvaarten, maar voor 50% de dood bespreekbaar. Ik ben begonnen met een avond waar ik een hoop mensen heb uitgenodigd om te komen spreken over de dood. En dat was eigenlijk in essentie toen de ambitie om dat 50-50 te doen, dat deeluitvaardig is dan zo snel en zo groot gegroeid dat dat wel naar de achtergrond gegaan is maar wij doen onder andere, nu al twee jaar dat wij twee keer per jaar iemand laten komen, en hier lezingen geven en we hebben hier een rouwgroep, een praatgroep onder leiding van een therapeuten dat mensen die iemand verloren hebben, gratis kunnen instappen om samen te praten over moeilijke thema's ja, dat is toch wel belangrijk he. En daar zie ik nog heel veel dingen en ik voel dat dat mij nu op dit moment heel erg trekt om daar nu, nu dat het operationeel heel naar de uitvaart toe, Dat loopt nu allemaal heel goed. Ja, ja. Ik voel dat bij mij nu... Ja, en je ziet daar nu wat meer dan echt zo opziet. Dat dat stuk mij nu weer heel erg triggert van, wat kunnen we daar nog mee doen? En ook de rituelen rond dat lichaam, wat kunnen we daar nog mee? In de natuur en de dingen, ik geloof dat... Want de teler achter is ook heel belangrijk, want als er iemand komt te sterven. Zeker niet iedereen, maar sommige mensen beginnen, ja, komen niet meer buiten, blijven binnen zitten, beginnen te drinken, beginnen... Ja, er is ook niemand die zo af en toe iets zegt van, goh zie, en ik weet wel, jij kunt daar heel goed over spreken en jij kunt heel goede tips geven in zo'n dingen. Ik moet toch al dikwijls dat we mensen achteraf terug horen, dat ik denk van, oh ja, dat heb jij toch goed aan het houden. Dat is toch wel je merkt in zo van die lezingen, er worden dingen gezegd en dat je mensen ziet van ah ja, dat doe ik eigenlijk ook maar eigenlijk is dat precies toch niet zo goed en dan proberen ze er dan toch iets aan te veranderen. Ja dus de coach zit dat toch nog wel ja, in de laatste tijd maar de laatste tijd is de coach weer toch harder aanwezig ja, ja maar het, vooral ook omdat je ziet, er gebeurt iets rond die uitvaart, er gebeurt iets, mensen worden ook even gereset. En daar komt zoveel ruimte voor inspiratie ook van die mensen daar rond. En dan zie je de impact van wat je die mensen kunt meegeven. En vooral intermenselijk, dat is zo waardevol. En daar gebeuren echt heel mooie dingen mee. Ik heb al een aantal keren, onder andere een van mijn thema's, en jullie weten het ondertussen, verdriet en alcohol. Ik vind dat een heel gevaarlijke combinatie, ik kan daar best wel wat over vertellen. Door, alleen nog maar, dus we hadden hier een lezing, en na die lezing kondig ik in een aula aan dat volgend jaar ik ook nog van zin ben om iets te organiseren rond alcohol en verdriet. Het enige dat ik heb gezegd. Twee mensen die in die zaal zaten, heb ik nadien teruggehoord en die hebben mij allebei gezegd van kijk, ja, ik heb dat toen in de naam gezegd, ik drink al maanden niks niet meer. Want mijn frame viel dat ik eigenlijk niet goed bezig was. En dan hebben we er nog niks rond gedaan. Maar zo zijn er nog heel wat thema's waar we toch verdooien nog heel veel over kunnen. En dat is ook zoiets, dat is ook een taboe.
Griet: Want er kan niet te.
Jessie: Veel op het bedwelmen of structureel elkaar bedwelmen in deze maatschappij maar dat is keindrecent om het daar echt iets over te hebben en ook gewoon kunnen zeggen van. Mensen hebben daar geen oog voor en dat is het probleem dat in deze maatschappij dat netwerk is weg ik heb het gevoel dat we het een terugbouw en een aantal mensen zijn geveen ik heb dat bij jullie gemerkt komen dat heel veel mensen om in tegen dat ontstaan. Iedereen voelt dat, die een beetje bewust in het leven zou voelt dat er dingen in beweging zijn. En ik denk dat dat daar ook heel erg zit, in die verbinding om terug een interneestelijke verbinding te maken, maar dat waar zo'n soorten thema's wel aan de orde zijn, waar je wel tegen elkaar kunt zeggen van, goh, heb je er al eens bij stil gestaan van wat doet dat nu bij jullie? En zo maakt dat elkaar bewust van een aantal zaken die gewoon leven, waar dat mensen eigenlijk gewoon van niks of niet naar het feedback van krijgen. Integendeel, wordt dat in een maatschappij, wordt dat foutief gedrecht, maar wordt dat gewoon niet in alle openheid en eerlijkheid over essentiële thema's. We staan er soms niet bij stil, we zeggen, ik drink elke avond twee glazen wijn. Mijn oma had ook elke keer dan vers, nadat haar man gestorven was. Ja. Ik zeg altijd, maar ik hoor dat je hier soms op een uitvalt. Ik wel, ja. Ik heb op een gegeven moment gehoord in de rouwgroep, iemand die een goede tip had voor de andere deelnemers van, weet je, als je het zo moeilijk hebt, drink dan sausje, een glasje wijn. Ik viel benauw van mijn stoel. En ik stel dan vragen, ja maar, stel je nou eens voor dat dat helpt. Zullen iedereen even kijken wat dat bedoelt? Ik zeg, ja, maar stel nou maar voor dat dat helpt. Ja, dan doet het al sowieso elke avond. Want het helpt dan. Dus dan is het niet gevonden. Maar als je het dan smorgens ook moeilijk hebt, dan kun je het dan ook best smorgens doen. Maar ja, ik denk dat je maar een paar maanden nodig hebt voor een goede alcoholiekertor. Maar ik denk niet dat daar de oplossing zit. Maar als niet iemand dat sowieso aanhaalt, dan zijn ze daar gewoon niet bewust mee bezig. En ze zouden per ongeluk in een totaal foutsteluit komen en we geven nu alcohol als voorbeeld, maar zo zijn er nog honderd voorbeelden te noemen van kopingsstrategieën die in onze maatschappij waar worden aangenomen als, oh ja, dat is misschien wel eens een goed idee. Een heel enige. Het is ook met je werk. Na drie dagen, als je je partner verliest, of je mama en je papa, na drie dagen belde je werkgever, zeg, waar zit jij? Maar drie dagen? Ja, of weet al wanneer dat gaat. We zijn daar doorgeslagen, op drie generaties tijd, van een jaar in de rouw, een kruis voor de deur, zwarte doeken aan de gevel, en een jaar met de sluier, Maar na drie dagen dat je werkt, kun je je aan iets niet laten, zou je je eventueel kunnen laten weten wat je hebt gegetrokken? Ja, ja, ik ben wel al drie dagen thuis, hè. Maar ik denk, het zit altijd in een evenwicht natuurlijk. Ik denk dat we daar iets tussenin moeten gaan vinden om toch terug oog te hebben, maar op een heel oprechte manier oog te hebben voor elkaar. En dingen daar te laten zijn zonder als het dan gaat over bedrijfsorganisatorische dingen, kan ik ook wel een boom opzetten, zonder dan ook in een andere richting te vergelijden van iedereen dan standaard de jaar te gaan thuis zetten want zo draait de maatschappij dat is ook niet de oplossing maar gewoon echt te gaan kijken van waar is die nu nood aan? Dat is niet altijd thuis ik heb ook al best wel mensen ontmoet die zeggen van, mij zou het toch echt wel goed doen om na een paar dagen al terug te gaan. Maar het heeft er veel meer mee te maken met de omstendigheden waarin je dat. Als die werkgever daar dan zegt van, oh dat is keitig dat je terugkomt, maar als het niet gaat, ga gerust door. Het is een helemaal andere manier om die dag daar te zitten dan een werkgever, waar dat als je binnenkomt, niemand durft te vragen hoe is het met jou? Want dan ga je beginnen schrijven en dan weet ik niet wat ik erom moet zeggen. Allee, dat is het grote verschil. Ja, want wat zeg je? Ja, wat zeg je? Dat is ook zoiets. Heel interessant voor de mensen. Wat zeg je, hoe gaan wij dat als maatschappij hebben? Bij iemand die verdriet heeft. In het algemeen, zelfs zonder een overleiding. Wat doe je inderdaad als een van je vrienden zegt, het gaat niet. Dat is ook niet van de juiste. Je hebt dat nooit geleerd. Je leert dat niet in school. Als er iemand zegt, het gaat niet goed. Wat je er moet op antwoorden. Je leert dat niet. Als er iemand sterft. Ik wil zeggen, ik weet niet wat dat moet zeggen. Dus we worden vaak aangeleerd, denk ik, om dat dan op te lossen. Om te moeten lossen. Ja. Als je een verlieft heeft over een sterfgeval, dat kun je niet. Dat kun je niet. Dat kun je niet zeggen. Als iemand zijn kind verliest, dan weet hij dat je dat niet kunt lossen. Maar de elf gaat wel een geheel verder in de winkel aan. Ja, zeker. Maar je moet ook niet altijd iets zeggen. Als je gewoon de mensen ziet, en die schone knuffelgiften, de meesten zijn het nou geheel blijven. Want het zit soms in heel klein dingen. Ja, het zijn allemaal dingen dat je wel ooit eens moet gehoord hebben van iemand. We hebben zo een vrouw die twintig of dertig jaar geleden een kindje heeft verloren. Na dertig jaar, daar spreekt niemand over. Iedereen is dat precies vergeten, maar voor die vrouw is dat heel belangrijk. En die zegt dat heel dikwijls van, ze heeft nog andere kinderen. En daar wordt over gesproken, maar er vraagt nooit iemand aan haar zich. Ja, want... Ja, het gaat altijd... Ja, voor zo'n mensen is het toch belangrijk dat dat blijft hun kind. Blijft hun kind, of dat dat nu gestorven is of niet. En ook al is dat nu dertig jaar geleden. Dat maakt eigenlijk niet uit. En dat is het belangrijke, en dat vind ik ook zo fijn, van die gesprekken van vandaag, door die dingen bespreekbaar te maken, om er iets over te babbelen, dat mensen daar ook iets bij stilstaan, van ja, hoe zuiver dat ook is, hoe belangrijk dat is om daar dan gewoon te zijn. Ik ben zelf nog een keer, nee, ondertussen jammer genoeg hebben een heel aantal ouders die kinderen verloren hebben. Wat ik heel dikwijls voor je terug hoor, Dat zijn de mamas die zeggen van kijk, als er over mijn overleden dochter gesproken wordt, dan wordt er altijd gesproken over het feit dat ze niet meer is. Maar ik kan over mijn overleden dochter niet meer babbelen over hoe mooi en hoe lief dat ze was. Dus als jij iemand kind. Een kind verloren is, houd er dan eens rekening dat het soms ook fijn is om gewoon eens te vragen, zeg Euno, wat was dat toen met je dochter? Hoe deed die het eigenlijk op school? Omdat, dat is wat ouders soms missen, om ook die mooie dingen, die kunnen dat dood zijn, niet het ding is. Ja, niet het belangrijkste is. Die zijn vroeger gegaan, maar die hebben ook een leven gehad. En over dat leven wordt dan niet meer, er wordt alleen over dat voor die is gesproken, maar niet meer over dat leven. En als je dan, als dat nog een koppel is, en die overleven dat als koppel, want dat is ook nog een hele uitdaging, dan kunnen ze dat misschien nog met elkaar, maar andere mensen maken niet altijd je link om eens te vragen, hé, hoe was dat bij jou vroeger, bij jou toch, en dingen, maar dat vinden mensen echt fijn om nog eens over te vertellen, of altijd fotoboekjes boven van vroeger, he. Dus, allee, dat is een typ mag geven, maar ja. Ja, ja, maar je zult graag zoals van de gezicht, inderdaad, Ja, het is moeilijk bespreekbaar, we weten niet goed hoe we er mee moeten doen, dus dit soort dingen zijn super waard. Ik denk ook dat het op een manier is toch veel gemakkelijker om er gewoon te zijn dan iets te willen fixen. Ja, ja. Een goede type van de manukijkse, die dat altijd in zijn lezingen gebruikt, dat is, vraagt niet aan de mensen van in Savai een beetje, of in hoe gaat het met jou, maar de vraag is, hoe kom jij de dagen nu door? Dat is een open vraag waar je daar veel meer op komt dan Savai een beetje. Ja, we kunnen er naar op. Niet goed, hè? Nee, of ja. Maar zit die vraag wat open? Hoe doe jij de laatste dagen? Hoe doe jij dat? Dat geeft een aandrijd. Dat geeft zelfs Impliciet antwoord, en ik ben ook bereid van te luisteren aan het antwoord, want hoe is het? Ja ja, hoe is het, dat is afgesloten. Klinkt het voor elkaar? Ja. Ik ben heel blij met het onderwerp van vandaag op een vreemde manier. Eigenlijk op geen vreemde manier. Nee, ik heb niet op geen vreemde manier gezien. Het is niet vreemd geweest, maar ik ben heel blij. Ik snap je dat voor wat. Ja, ja. Wat ik bedoel. Ja. Dus ik zou jullie eigenlijk heel graag willen bedanken. We hebben het niet gehad over jullie nieuwe samengesteld gezinssituatie, in die ook heel ingewikkeld is. Je denkt, je kan hem ook met twee, maar er lopen nog kinderen die binnen en buiten lopen en ex-partners en toestel. Maar het onderwerp was zo bijzonder dat we het met jullie echt hierover moesten hebben. Dus merci daarvoor. Ja, dankjewel. Ik vond het best wel fijn. En je weet, als je zo ook niet weet wat je doet, kunnen we altijd eens veel debakken. Ik zou wel zeggen, ik heb heel veel succes met de missie die je in de wereld zet, met rustpunt. Het is niet enkel het uitvaartstuk, maar ook het doodbespreekbaar maken. Als we hier lezen en doen of we geven een cursus, dan geven we ook wat cursus, dan aankomende verpleging en studenten in de verzorging. Ja, de 7dejaars komen hier zo eens zien. En dan probeer ik altijd mee te geven aan wat we hier doen. De essentie is van te proberen van gewoon lief te zijn voor elkaar. En als iedereen dat doet, dan maken we samen de wereld een beetje mooier. Ik denk dat dat de essentie is van wat we proberen te doen. En dat doen we samen. Onder andere met jullie. Ik denk dat een prachtig citaat is om je af te rommelen. Dank je wel. Dank je wel.